Blog

 Wat overtuigt een vleeseter om te switchen?

pexels-photo-460991.jpeg

Een bijdrage via Bert Stoop

Evert Nieuwenhuis schrijft in Vrij Nederland over de moeizame poging om minder vlees te gaan eten onder de titel “Waarom we nog steeds vlees eten en hoe we dat kunnen veranderen”.

Nieuwenhuis gaat een gesprek aan met Menno Harsveld die hij de horzel noemt van menige journalist die over voedsel schrijft.

Een citaat:
Het betoog van Harsveld is even krachtig als eenvoudig: ‘De morele grens tussen mensen en dieren is arbitrair. Dieren mogen anders dan mensen zijn, maar net als wij kunnen ze voelen en hebben ze de wil om te leven. Iedereen is het er over eens dat je mensen niet mag uitbuiten, doden of als ding gebruiken, en dat geldt ook voor dieren. Diersoort is een even willekeurig en irrelevant criterium als huidskleur of geslacht.’ Veganisme is een kwestie van recht en rechtvaardigheid, zegt hij: ‘Je kunt niet een beetje rechtvaardig zijn, of voor de een wel rechtvaardig zijn en voor de ander niet. Als je vindt dat dieren pijn kunnen voelen en de wil tot leven hebben, moet je ze enige morele waarde toekennen en kan je ze niet exploiteren of doden. Er is geen enkele noodzaak om dieren te eten, dus is er ook geen enkele morele rechtvaardiging voor.’ Vleeseters zijn ‘moreel inconsistent’, vindt Harsveld. ‘Als een paard op een kinderboerderij wordt mishandeld, is de wereld te klein. Maar om onze smaakpapillen te bevredigen, mogen dieren ineens wel pijn lijden en sterven.’ Biologisch vlees vindt hij een farce. ‘Dieren in de biologische veehouderij hebben het misschien minder slecht, maar het blijft fout om dieren te doden of te exploiteren. Diervriendelijk vlees bestaat net zo min als vrouwvriendelijke verkrachting of kindvriendelijke mishandeling.’
Harsveld is nog maar een paar jaar veganist, daarvoor was hij decennia vegetariër. ‘Nog steeds ben ik verbijsterd dat ik niet eerder in zag dat ook vegetarisme een schijnvertoning is. Voor kaas sterven nog steeds dieren, namelijk de stiertjes die na geboorte geslacht worden zodat wij hun melk kunnen stelen; de moeder wacht hetzelfde lot als ze niet genoeg melk meer geeft. Kalfjes worden bij hun moeder weggehaald, iets wat moeder en kind overduidelijk niet willen. Er is geen verschil tussen vegetarisme en andere vormen van niet-veganisme. Veganisme is de morele nullijn.’
In de dagen na ons gesprek denk ik nog vaak aan de argumenten van Harsveld. Ik merk dat ze geen vat op me krijgen. Je moet dieren dierwaardig behandelen, daarover zijn we het eens (en, zou ik daaraan toevoegen: zeker als ze voor jou leven). Dieren hebben rechten, zoals Peter Singer in zijn klassieker Animal Liberation (1975) betoogt. Maar Harsveld vindt de morele grens tussen dieren en mensen arbitrair.

De overtuigde veganist kon de twijfelde vleeseter niet van gedachten doen veranderen.
Ze zijn het er beide over eens dat dieren dierwaardig moeten worden behandeld. Maar de vleeseter Nieuwenhuis vindt niet dat hij daarom dieren niet mag eten. Er is maar één argument die zowel dieren als veganisten als vleeseters even belangrijk vinden en dat zij leven in vrijheid. Erkenning van dat belang kan het bewustzijn openen dat ieder mens zijn gedrag zou moeten toetsen of hij/zij de vrijheid van een ander, mens of dier, schaadt. Welk dier dat doet er niet toe, ook de dieren waarvan we de gevoelens niet kunnen inschatten.

FB_IMG_1523176238439.jpg

 

Kattenoppas en dierenverzorging Utrecht en wijde omgeving
GwendolineBlankensteyn
kestijn@yahoo.com
06-26267478  whatsapp: 06-55051206

Advertenties